A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


A/B Switch:
Een tweeweg schakelaar die een van twee bronnen (A of B) selecteert en doorgeeft aan een gemeenschappelijke ontvanger. Hoogwaardige A/B switches zullen altijd een goed geïsoleerde scheiding van de twee signalen bieden. Dus zonder wederzijdse beïnvloeding.

Access Control System (ACS):
Toegangscontrole systeem, bestaande uit alle komponenten ten behoeve van toegangsrechten verleend per conditie zoals daar zijn S/1, IDAC, ISAC, minicons, etc...

ACS nummer:
Dit is het versienummer van de kaart-software.
Er zijn een aantal software versies in omloop; 1.2, 1.4, 1.6 en 3.82, 3.83.
De versies 1.4 en 1.6 zijn vrijwel identiek.

Adaptation Header:
Een segment van tekens welke het begin vormd van elk verzonden pakket van data informatie. Het kan een vastgelegd formaat betreffen of algemene informatie.

Adjacent Channel:
Qua frequentie aangrenzend kanaal. Aangrenzende kanalen zijn bijvoorbeeld 5 en 6 of 8 en 9.

Alignment:
Het uitrichten of fijn-afstemmen. Hiermee wordt bedoeld het richting geven aan een schotel of in te stellen electrische schakelingen om te komen tot maximaal en perfect te ontvangen signaal.

Alphacrypt:
De opvolger van Irdeto Allcam SE. Dekodeert zowel Irdeto als Betacrypt.

AM:
Een amplitude (of piek-uitslag) modulatie baserende op de afwijking van een standaardwaarde.

Analog:
Een systeem waarin de signalen continue veranderen, dit in tegenstelling tot digitale signalen die alleen varieren in polariteit.

Analogue-to-Digital Converter:
Een schakeling die analoge signalen omzet / vertaalt in zijn digitale tegenhanger verdeeld volgens een sequentie van punten ten opzichte van de tijd, ofwel vastgestelde intervallen. Het desbetreffende gemeten voltage wordt gerepresenteerd in een numerieke waarde van het desbetreffende tijdinterval. Des te kleiner het tijsinterval bepaald wordt des te preciezer het signaal wordt afgebeeld.

Antenna:
Een instrument dat electromagnetische energie/straling opvangt en op een brandpunt concentreert, Welke middels een uitlees-eenheid of ontvangsteenheid het signaal versterkt. Sateliet schotels, breedband antennen alsook op specifieke frequenties baserende antennen zijn daarbij typen die men tegenkomt. Bij sateliet schotels is de verhouding in signaal ontvangst recht-evenredig ten opzichte van de microgolf reflekterende parabool oppervlak grootte.

Antenna Efficiency:
De procentuele waarde van het te ontvangen sateliet signaal uitgedrukt in effectief ontvangen signaal.

Aperture:
Het brandpuntsbereik van de parabolische schotel.

Aperture Blocking:
De blinde vlek van een parabolische schotel veroorzaakt door de "schaduw" van de ontvangsteenheid welke in het brandpunt staat.

Asciiserial:
Dat is het nummer dat op je kaart is gedrukt en waarmee je kaart geïdentificeerd kan worden.
Het nummer staat er overigens ook nog eens in barcode op gedrukt.
In de meeste gevallen is de asciiserial ook op de kaart opgeslagen, maar er wordt in zijn algemeenheid verder niets met die informatie gedaan. Het dient dus louter ter identifikatie.

Aspect Ratio:
De beelverhouding van het zichtbare beeld en formaat of ook wel de beeldgrootte weergegeven in inches horizontaal staat tot inches vertikaal.

Aston Seca:
Hoewel de naamgeving misschien anders doet vermoeden, is noch Aston, noch Seca de benaming van de codering. De codering die bedoeld wordt wanneer we het over Seca (of Aston Seca) hebben is eigenlijk de mediaguard codering.
Mediaguard is een ontwikkeling van Seca en Aston is (een van) de fabrikant van de modules. Als we het dus over Aston Seca hebben, dan bedoelen we dus in feite de CAM voor het dekoderen van de Seca Mediaguard codering.
Seca Mediaguard wordt vooral door de Canal+ organisatie gebruikt.
Best logisch als je weet dat Canal+ aandeelhouder is van Seca.
Vanwege de invloed van Canal+ kom je Seca Mediaguard vooral tegen in Frankrijk en verder in alle landen waar Canal+ eigen landen organisaties heeft.

Attenuation:
Het verval of afname in signaalsterkte welk een signaal volgens de weg die het aflegt ondergaat. Ook wel signaalverlies genaamd.

Attenuator:
Een statisch/passief instrument dat de signaalsterkte vooraf de benodigde extra versterking meegeeft om zodoende het gemeten signaalverlies te compenseren.

ATR:
Answer To Reset, kortweg ATR, is de string waarmee de kaart zich meldt aan de receiver. Dit gebeurt bij iedere reset (aktivering van de kaart). De ATR is opgebouwd konform de ISO7816-3 specifikaties. De ATR bevat voornamelijk gegevens over de manier waarop de receiver/CAM met de kaart moet kommuniceren: Voltage en Amperage nodig voor het programmeren, Baudrate, Synchrone of Asynchrone kommunikatie etc.

Audio Subcarrier:
De golflengte die de geluidsinformatie van een beeld uitzending/kanaal overbrengt. Sateliet uitstralingen kunnen meer dan een enkele geluidsinformatie / taal / modulatie weergeven binnen de marge van de standaard 5 en 8,5 Megaherz.

Auto Update:
De auto update (AU) techniek zorgt ervoor dat de kaart zichzelf up to date houdt (de juiste keys berekent). De providers wijzigen hun keys regelmatig en zonder de AU techniek heb je al snel geen beeld meer, tenzij je de benodigde keys zelf handmatig ingeeft. De benaming voor de betreffende keys is afhankelijk van het coderingssysteem. Zo wordt deze bij Irdeto de plainkey genoemd, bij Seca heet hij operational key etc.)

Automatic Brightness Control:
Een automatische schakeling die het beeld zal aanpassen indien de helderheid ten opzichte van de omgevingshelderheid bepaalde waarden overschrijden of onderschrijdt. Deze waarden worden vergeleken met een gemiddelde vastgestelde waarde opdat gegarendeerd kan worden dat beeldinformatie herkenbaar en zichtbaar blijft.

Automatic Fine Tuning:
Automatische fijnafsteming van het ontvangen signaal gerelateerd aan de afwijkingen die foutieve afstemming en temporaire fluctuaties in het signaal in het afstemgedeelte van de ontvangsteenheid teweeg kunnen brengen. Hiermee worden geringe afwijkingen gecompenseerd en leiden algemeen tot constante ontvangst op een gemiddeld niveau. Zie ook AFC.

Automatic Frequency Control AFC:
Een schakeling die ervoor zorg draagt dat er geen willekeurige afwijkingen kunnen ontstaan, door electronische invloeden, van de ingestelde frequentie.

Automatic Gain Control AGC:
Een schakeling welke middels een terugkoppeling tracht de uitgangssterkte van een electronisch component constant te houden. Deze uitgangssterkte wordt verkregen door het ingangssignaal te versterken of te dempen gerelateerd aan een vaste waarde die het uitgangssignaal moet hebben.

Azimuth-Elevation (Az-El) Mount:
Een instrument voor de schoteluitrichting welk in twee richtingen kan verdraaien; namelijk de horizontale beweging (oost west) en de vertikale beweging (hoog laag).

Azimuth:
De richting van het Kompas in graden verdeeld, rechtsom draaiend ten opzichte van het werkelijke magnetische noorden. Dit is een van de instellingen van de kijkrichting voor het uitrichten van een sateliet schotel.

Band:
Een reeks van frequenties / golflengten.

Band Separator:
Een instrument of schakeling welke een vastgelegde groep frequenties of golflengten verdeeld over de bandbreedte. Gebruikelijke typen zijn UHF/VHF hoog/laag band en FM scheidingen. Deze schakeling is eigenlijk niet meer dan een reeks van filters.

Bandpass Filter:
Een instrument of schakeling welke alleen een specifiek vastgelegde reeks frequenties / golflengten doorlaat van ingang naar uitgang.

Bandwidth:
Het frequentiebereik (bandbreedte) dat aan een zend en ontvangst eenheid is toegewezen.

Baseband:
Het onbewerkte audio- en video signaal voor modulatie en uitzending. Veel sateliet kopstations gebruiken als invoer het baseband signaal. Preciezer aangeduid als ongekoppeld composiet signaal, niet voorversterkt en ongefilterd uitgangssignaal van een ontvangsteenheid. Het signaal bevat alle FM gemoduleerde audio en data draaggolven.

Beamwidth:
Een maat welke aangeeft wat het zichtbereik is van een ontvangende schotel of uitzendende Antenne. De Beamwidth wordt uitgedrukt in graden per 3dB afname. (logarimisch de halvering tussen meetpunten)

Betacrypt:
Een variant binnen het Irdeto coderingssysteem. Wordt gebruikt door de Duitse provider Premiere World.

Bit Error Rate BER:
Het getal dat aangeeft hoeveel foutieve bits er optreden in de datapakketjes van de gehele stroom aan data-informatie. Vaak wordt de BER aangeduid als een verhoudingsgetal t.o.v. het totaal aantal bits in de data-stroom.

Bits per Second BPS:
De gemeten waarde van het totaal aantal uitgezonden bits per seconde.

Blanking Pulse Level:
Het refenrentie niveau van de pulsen voor het video-signaal. De blanking puls wordt bij de ingang van de beeldbuis uitgericht.

Blanking Signal:
Een signaal (zie ook Horizontal Blanking Pulse) dat wordt gebruikt om tijdens de retrace fase (na de opbouw van een beeldlijn) de belichting van het scherm tijdelijk te onderbreken, zodat er geen ongewenste belichting van het TV beeld plaatsvindt.

Block Downconversion:
Het proces dat plaatsvindt in de receiver ter verwerking van een band van frequenties in een fase naar een tussenliggende reeks. Receivers met meerdere block down converters kunnen onafhankelijke signalen selecteren daar ze meerdere signaalblokken kunnen verwerken.

Blocker:
Een blocker dient ertoe om ongewenste signalen te filteren. Met name het "uitzetten" van de kaart door de provider wordt hiermee tegengegaan.
Blockers kunnen in de vorm van software (op de kaart) of als hardware voorkomen.

Bootloader:
De bootloader is het eerste programma dat gestart wordt bij het aanzetten van je receiver. Deze bootloader zorgt er vervolgens voor dat het operating system van de receiver wordt gestart. Dat operating system noemen we ook wel de firmware van de receiver.

Bouquet:
Het pakket van te verlenen diensten (in dit geval uitzendingen in een aantal kanalen). De 'uitbater' van een pakket kan zulks als product aanbieden bijvoorbeeld het basis pakket.

Broadband:
Een systeem of schakeling dat een relatief grote reeks aan ingangssignalen of frequenties verwerkt.

C-Band:
Het vastgelegde bandbereik tussen 3.625 tot 4.2 GigaHertz waarmee enkele sateliten werken

Card doubler
Een voorziening waarmee het mogelijk is om 2 smartcards gelijktijdig in je camte steken.

Carrier (Carrier Wave):
De draaggolf is een puur frequentie signaal dat wordt gemoduleerd om informatie te dragen. Bij het proces van modulatie wordt deze draaggolf verspreid over een bredere band. De draaggolf frequentie is bij elk televisie kanaal de middenfrequentie.

Carrier-to-Noise Ratio C/N:
De waarde in decibel uitgedrukt welke de verhouding aanduidt tussen het gemeten draaggolf vermogen en het gemeten resterende ruis vermogen. Deze waarde is een indicatie voor hoe goed de ontvangsteenheid op locatie presteert en wordt berekend uit het opgegeven vermogen van de sateliet, schotel winst en de systeem ruis temperatuur.

Cassegrain Feed System:
Een ontwerp voor een schoteltype dat bestaat uit twee reflectoren welke de invallende microgolven via elkaar, richting LNB reflecteren.

CB20 selectie:
Een smartcard kan op 3 verschillende manieren worden geselecteerd/bewerkt:
1. Gebruik makend van de hexserial kunnen individuele kaarten worden aangesproken.
2. Via de kaartgroep kunnen alle 256 mogelijke kaarten van die groep worden aangesproken.
3. Binnen een kaartgroep een selectie van kaarten aanspreken via de CB20 selectie (max. 256 kaarten).

CCD:
Charge coupled device. Electrische lading wordt in een CCD opgeslagen in een op de chip ondergebrachte schakeling. Een aantal ladingen kunnen gelijktijdig worden opgeslagen om naar wens te worden afgeroepen voor verdere signaalverwerking. Deze worden bijvoorbeeld gebruikt om video informatie tijdelijk op te slaan voor verwerking. CCD's zijn veelvuldig voorkomende chiptypen in de opname eenheid van digitale video camera's.

Channel:
Een kanaal of segment van de bandbreedte dat gebruikt wordt voor een volledige communicatie van het te zenden en ontvangen signaal

Channel ID:
Dient voor de kanaalselectie.
De juiste kombinatie van key en channel ID zal de key aktiveren.

Characteristic Impedance:
De impedantie, weergegeven in de eenheid Ohm, welke een verhouding weergeeft tussen afgegeven vermogen en opgemeten vermogen aan het ontvangende apparaat. Meestal gebruikt voor de aanduiding wat een leiding, kabel of schakeling doorlaat aan puur vermogen.

Chrominance:
De tint en verzadiging van een kleur.

Circular Polarity:
Electromagnetic waves whose electric field uniformly rotates along the signal path. Broadcasts used by Intelsat and other international satellites use circular, not horizontally or vertically polarized waves as are common in North American and European transmissions

Clamp Circuit:
A circuit that removes the dispersion waveform from the downlink signal.

Clamped Outputs:
Satellite receiver outputs that have the energy dispersal waveform removed. Unclamped outputs are often required as input to a decoder.

Clarke Belt:
The circular orbital belt at 35 786 kilometers above the equator, named after the writer Arthur C. Clarke, in which satellites travel at the same speed as the earth's rotation. Also called the geostationary orbit.

Coaxial Cable:
A cable for transmitting high frequency electrical signals with low loss. It is composed of an internal conducting wire surrounded by an insulating dielectric which is further protected by a metal shield. The impedance of coax is a product of the radius of the central conductor, the radius of the shield and the dielectric constant of the insulation. In most satellite and SMATV systems, coax impedance is 75 ohms.

Color Sync Burst:
A burst of 8 to 11 cycles in the 4.43361875 MHz (PAL) or 3.579545 MHz ( NTSC) color subcarrier frequency. This waveform is located on the back porch of each horizontal blanking pulse during color transmissions. It serves to synchronize the color subcarrier's oscillator with that of the transmitter in order to recreate the raw color signals.

Common Interface:
Common Interface (CI) is een PCMCIA slot in de sat-receiver waarin CAM'sgestoken kunnen worden. Common Interfaces zijn een kenmerk van multicryptreceivers.

Common Scrambling Algorithm :
Hiermee wordt bedoeld: het coderings algoritme zoals gespecificeerd door DVB. Het common scrambling algorithm is ontworpen met de intentie om hackers "buiten de deur" te houden. Het CSA kan door verschillende typen CAM's worden gebruikt omdat het meerdere stuurkommando's ( EMM's en ECM's) kan bevatten, allen bedoeld om controle te bieden over dezelfde gekodeerde uitzending. M.a.w. een provider die uitzendt in zowel Seca- als in Viacces codering, kan in zijn signaal de benodigde EMM's/ECM's sturen om beide typen CAM's te bedienen.

Composite Baseband Signal:
The complete audio and video signal without a carrier wave. Satellite signals have audio baseband information ranging in frequency from zero to 3400 Hertz. NTSC video baseband is from zero to 4.2 MHz. PALvideo basebandranges from 0 to 5.5 MHz.

Composite Video Signal:
The complete video signal consisting of the chrominance and luminance information as well as all sync and blanking pulses.

Companding:
A form of noise reduction using compression at the transmitting end and expansion at the receiver. A compressor is an amplifier that increases its gain for lower power signals. The effect is to boost these components into a form having a smaller dynamic range. A compressed signal has a higher average level, and therefore, less apparent loudness than an uncompressed signal, even though the peaks are no higher in level. An expander reverses the effect of the compressor to restore the original signal.

Compressor:
A unit that accepts uncompressed video, audio and data and then digitizes and compresses these signals

Compression System:
A collection of compressors, multiplexers and modulators that generate one multiplex signal

Conax:
Een coderingssysteem dat vooral in de scandinavische landen veel gebruikt wordt.

Conditional Access:
Conditional Access (CA) is een technologie die gebruikt wordt voor codering en authorisatie in DVB systemen. Het controlemechanisme zorgt ervoor dat een receiver uitsluitend toegang krijgt tot vrije services, alsmede die services waarvoor een geldig abonnement bestaat.
Een CA systeem bestaat uit een aantal basiselementen, te weten: SMSen SAS.

Conditional Access Module (CAM):
Een Conditional Access Module (CAM) is de bouwsteen waarin het CA systeem is ondergebracht. CAM's kunnen als losse modules worden geleverd, maar soms zijn ze ook vast in de receiver ingebouwd. Embedded CAM noemt men dat.
De CAM bevat ook alle software die nodig is voor de kommunikatie met je kaart. Die kaart wordt namelijk in de CAM gestoken.

Conditional Access Table (CAT):
Conditional Access Table. A table that relates entitlement management message ( EMM) data streams to the conditional access ( CA) vendor(s) managing the decoder base.

Control Word:
Een Control Word (CW) is een data pakket met als inhoud de gekodeerde sleutel voor het coderings algoritme van de kaart.

Crd's:
Crd's zijn files die commando strings bevatten. Ze worden gebruikt voor het updaten van je smartcard.

Cross Modulation:
Een vorm van storing die veroorzaakt wordt door de modulatie van een carrierdoor die van een ander signaal.

Cross Polarization:
Term to describe signals of the opposite polarity to another being transmitted and received. Cross-polarization discrimination refers to the ability of a feed to detect one polarity and reject the signals having the opposite sense of polarity

Crosstalk:
Interference between adjacent channels often caused by cross modulation. Leakage can occur between two wires, PCB tracks or parallel cables.

Cryptedkey (Key) & Plainkey:
Een kodesleutel in gekodeerde respektievelijk ongekodeerde vorm.
De codering van de key is een versleutelde kombinatie van de datum waarop de key gestuurd werd, de plainkey en de plainmasterkey.
De key wordt met enige regelmaat naar de kaart gestuurd, ter bevestiging dat de gebruiker geautoriseerd is om de aktuele zender te bekijken.
De key zorgt ervoor dat een zender correct gedekodeerd wordt.
Plainkey is de ongekodeerde versie van de key.

Crypto Works:
Een relatieve nieuwkomer. Het Crypto Works coderingssysteem is door Philips ontwikkeld.

Customer Word Pointer:
Het 4e byte in de PPUAwaarmee individuele kaarten worden geïdentificeerd c.q. aangesproken.

Datum:
De datum op de kaart wordt door de provider gebruikt bij het aktiveren en de-aktiveren van kanalen.

De-emphasis:
A reduction of the higher frequency portions of an FM signal used to neutralize the effects of pre-emphasis. When combined with the correct level of pre-emphasis, it reduces overall noise levels and therefore increases the output S/N ratio

Declination Offset Angle:
The adjustment angle of a polar mount between the polar axis and the plane of a satellite antenna used to aim at the geosynchronous arc. Declination increases from zero with latitude away from the equator.

Decoder:
A circuit that restores a signal to its original form after it has been scrambled.

Decoder Management:
A sub-system on the BS, managing all decoder/smartcard related information such as function testing, keysafing information, etc...

Decoding Time Stamp TS:
A 90 kHz referenced time stamp indicating when the contents of a packetized elementary stream (PES) packet should be decoded

Demodulator:
A device which extracts the baseband signal from the transmitted carrier wave.

Digital:
Describes a system or device in which information is transferred by electrical [on-off], [high-low], or [1/0] pulses instead of continuously varying signals or states as in an analog message.

Direct Broadcast Satellite (DBS):
A term commonly used to describe Ku-band broadcasts via satellite directly to individual end-users. The DBS band ranges from 11.7 to 12.75 GHz.

Directe programmeerlijnen:
Hiermee wordt de directe verbinding bedoeld tussen de kaartcontacten en de eeprom. Daardoor kunnen, op kaarten die over deze directe programmeerlijnen beschikken, de PIC en de eeprom onafhankelijk van elkaar worden geprogrammeerd. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Goldwafer kaarten waarbij die directe verbinding tussen kaartcontacten en eeprom ontbreekt, waardoor de eeprom via een speciale loader file moet worden geprogrammeerd.

Downconverter:
A circuit that lowers the high frequency signal to a lower, intermediate range. There are three distinct types of downconversion used in satellite receivers: single downconversion; dual downconversion; and block downconversion.

Downlink Antenna:
The antenna on-board a satellite which relays signals back to earth.

DPSC:
DPSC staat voor Digital Pirate Sattellite Card.
De DPSC kaarten worden verkocht met werkende keys. Prijzen van enkele honderden guldens zijn daarbij heel normaal.
Veel van deze kaarten wordenvoorzien van een soort timerfunktie die ervoor zorgt dat de kaart slechts een beperkte periode blijft funktioneren. Vaak worden dit soort kaarten trouwens al voordat de timer is verlopen, door de provider gesloten middels een ECM.

Drifting:
An instability in a preset voltage, frequency or other electronic circuit parameter.

DTH:
Direct-To-Home satellite broadcasts.

Dual-Band Feed:
A feed which can simultaneously receive two different bands, typically the C and Ku-bands.

DVB:
DVB staat voor Digital Video Broadcasting, oftewel digitale satelliet TV.

DVB Bouquet:
The DVB SI tables includes a Bouquet Association Table (the BAT). The DVB definition for a "bouquet" is "a group of services logically grouped together". The intention of the DVB Bouquet is usually to group services that are managed by one entity together. "DVB" is added before the name to distinguish it from the "SMS" bouquet.

Earth Station:
A complete satellite receiving or transmitting station including the dish, electronics and all associated equipment necessary to receive or transmit satellite signals. Also known as a ground station.

ECM:
ECM staat voor Entitlement Control Message (stuurkommando's voor je kaart). ECM's worden als packets verstuurd. Zo'n packet wordt ook wel Control Word(CW) genoemd en bevat de gekodeerde keys, ID's etc. die nodig zijn om het signaal te dekoderen. M.a.w. de ECM is een identifikatie van de service en van de kondities waaraan voldaan moet worden om van de geboden service gebruik te kunnen maken.
Providers gebruiken regelmatig fake ECM's om illegale kaarten uit te schakelen, zonder dat de originele kaarten er last van hebben.

Effective Isotropic Radiated Power (EIRP):
A measure of the signal strength that a satellite transmits towards the earth below. The EIRP is highest at the center of the beam and decreases at angles away from the boresight.

Electronic Program Guide (EPG):
The Electronic Program Guide is broadcasted along with all other data.

Elementary Stream (ES):
A stream carrying a single stream of, typically of presentation data, such as a single audio or video data stream

Elementary Stream Clock Reference (ESCR):
Elementary Stream Clock ReferenceA 42-bit counter clocked at 27 MHz which is used for synchronizing data

Elevation Angle:
The vertical angle measured from the horizon up to a target satellite.

EMM:
EMM staat voor entitlement management messages. De EMM's worden samengesteld uit de informatie die in het SAS zijn vastgelegd en worden altijd samen met de ECM's verstuurd. De EMM bevat algemene informatie over de abonnee en over de status van het abonnement en ze worden gebruikt om informatie over de bevoegdheden en keys over te dragen, wijzigen of verwijderen.

Encoder:
An entity that compressed a single data stream

Energy Dispersal:
The modulation of an uplink carrier with a triangular waveform. This technique disperses the carrier energy over a wider bandwidth than otherwise would be the case in order to limit the maximum energy compared to that transmitted by an unclamped carrier. This triangular waveform is removed by a clamp circuit in a satellite receiver.

EPG:
EPG staat voor Electronic Program Guide (elektronische programmagids).

Equalizing Pulses:
A series of six pulses occurring before and after the serrated vertical sync pulse to ensure proper interlacing. The equalizing pulses are inserted at twice the horizontal scanning frequency.

Event:
An event is one particular transmission of a program. An event is known by its name, the service on which it is transmitted, the date and time of its broadcast and possibly additional information such as a part number. Events may be re-broadcast if the events are different

F-connector:
A standard RF connector used to link coax cables with electronic devices.

f/D Ratio:
The ratio of a dish's focal length to diameter. It describes dish depth.

Feed:
A device that collects microwave signals reflected from the surface of a dish. It is mounted at the focus of all prime focus parabolic dishes.

Field:
One half of a complete TV picture or frame, composed of 325 scanning lines. In the PAL broadcast system there are 50 fields per second.

Fileset:
Een fileset is de benaming voor de komplete software die je nodig hebt om een kaart te kunnen programmeren. Hoe die fileset er uit ziet is afhankelijk van het type kaart waarover je beschikt. Voor een PIC type kaart bestaat de fileset uit een PIC file en een eeprom file. Voor een FUN kaart heb je 3 files nodig, de flash-, interne eeprom- en externe eeprom file.

Filter:
A device used to reject all but a specified range of frequencies. A bandpass filter allows only those signals within a given band to be communicated. A rejection filter, the mirror image of a bandpass filter, eliminates those signals within a specified band but passes all other frequencies.

Firmware:
De firmware is de operatingsystem software van je receiver

FM:
An abbreviation for frequency modulation Focal Length The distance from the reflective surface of a parabola to the point at which incoming satellite signals are focused, the focal point. Footprint The geographic area towards which a satellite downlink antenna directs its signal. The measure of strength of this footprint is the EIRP.

Forward Error Correction (FEC):
FEC is a technique for improving the accuracy of data transmission. Excess bits are included in the out-going data stream so that error correction algorithms can be applied upon reception. On satellite links this is in the form of Reed-Solomon and convoluted Viterbi coding implemented at modulator/demodulator level.

Frame:
One complete TV picture, composed of two fields and a total of 525 and 625 scanning lines in NTSCand PAL systems, respectively.

Frequency:
The number of vibrations per second of an electrical or electromagnetic signal expressed in cycles per second or Hertz. Front-end Processor FEP

Gain:
De maat voor de versterking van input- naar output-vermogen. Deze waarde wordt meestal in decibels aangegeven.

Gain-to-Noise Temperature Ratio (G/T):
Een prestatiegetal van een schotel met LNA. Hoe hoger de G/T, des te beter de ontvangstmogelijkheden van het aardstation.

Ghosting:
Het fenomeen waarbij meerdere TV signalen gelijktijdig worden weergegeven. Doorgaans wordt dit 'ghosting' veroorzaakt doordat een signaal via 2 verschillende wegen wordt ontvangen.

GigaHertz (GHz):
1000 MHz ofwel 1 miljard trillingen per seconde.

Global Beam:
De afbeelding (footprint) op het aardoppervlak, die het bereik van het satellietsignaal aangeeft.

Ground Noise:
Microgolf signalen die door de aardwarmte worden gegenereerd en door de schotel worden opgevangen. Deze signalen zijn ongewenst omdat ze het satellietsignaal beïnvloeden.

Hardline:
Een speciaal soort coaxkabel. In hardline kabel wordt een permanente metalen afscherming gebruikt in plaats van de gebruikelijke geweven draadafscherming. Dit soort kabel wordt tegenwoordig vrijwel niet meer gebruikt.

Headend:
Dat deel van een SMATVof MMDS systeem waar alle signalen worden opgevangen en bewerkt voor verdere distributie.

Heliax:
Een dikke kabel met laag signaalverlies. Wordt vooral gebruikt voor hoogfrequente signalen. Wordt ook wel hardline genoemd.

Hertz:
Een benaming voor de maat voor: frequentiecycli/seconde ofwel een aantal trillingen per seconde. Deze maat is genoemd naar de duitse natuurkundige Heinrich Hertz. Hij was degene die als eerste de eigenschappen van radiogolven beschreef.

Hexserial:
Een nummer (3 bytes hexadecimaal) dat door de provider gebruikt wordt om de kaart aan te spreken.

Hexmasterkey:
Dit is een 10 bytes lang hexadecimaal nummer dat met de hexserial versleuteld is.
De hexmasterkey is eigenlijk niets anders dan een code waarmee de kaart in staat is de plainmasterkey te herleiden uit de masterkey.
Zonder de hexmasterkey is het niet mogelijk om de plainmasterkey correct te updaten.

High Definition Television (HDTV):
Een innovatief televisieformaat met ongeveer het dubbele aantal beeldlijnen van conventionele TV toestellen. Het grotere aantal beeldlijnen heeft een aanzienlijke kwaliteitsverbetering van het TV-beeld tot gevolg.

High Power Amplifier (HPA):
Een speciale versterker die gebruikt wordt om het uplink signaal te versterken.

Horizontal Blanking Pulse (HBP):
Bij normale weergave op een analoog televisietoestel, wordt tijdens de retracefase, de belichting uitgezet om te voorkomen dat het TV beeld erdoor verstoord wordt. De HBP specificeert het exacte moment waarop de belichting moet worden uitgeschakeld.

Horizontal Sync Pulse (HSP):
De Horizonta Sync Pulse is een signaal dat wordt meegestuurd bovenop de Horizontal Blanking Pulse. De HSP zorgt voor de juiste synchronisatie van de horizontale beeldlijnscanning. Het beeld dat is opgenomen met een camera, moet namelijk worden gesynchroniseerd voor juiste weergave op een TV.

HPA Room:
Dit is de ruimte waar zich de systemen voor de bewerking/verwerking van de radiofrequenties bevinden. Die systemen zijn bijvoorbeeld modulatoren, equalizers, upconverters, HPA's etc.

Hum Bars:
Een vorm van storing die wordt waargenomen als horizontale balken of zwarte blokken die over het TV scherm bewegen.

I Signal:
Een van de twee kleuren-videosignalen die de kleuren-subdrager moduleren. Het betreft hier de kleuren die variëren van roodachtig oranje tot cyaan.

Impedance:
De impedantie (impedance) is een maat voor de electrische weerstand in een electrisch circuit.

Impulse Pay Per View:
Impulse pay per view of interactive pay per view (ippv) is een uitbreiding op gewoon ppv. Je betaalt niet meer voor een evenement, maar je wordt afgerekend op de tijd dat je van de service gebruik maakt.

Instructions:
Seca maakt gebruik van zgn. instruction bytes (INS) voor de kommunikatie tussen de CAMen de kaart. Deze instructies worden o.a. gebruikt voor het opvragen van kaart- en provider gegevens, autorisatie, ECM'sen EMM's en nog veel meer.

Integrated Decoder Access Control (IDAC):
Een combinatie van een Integrated Receiver Decoder (receiver of IRD) en een decoder in één apparaat.

Interference:
Een ongewenste signaal dat door een antenneinstallatie wordt opgevangen en voor een verstoring van het audio- en/of videosignaal zorgt.

Integrated Receiver Decoder (IRD):
Een geïntegreerde satelliet ontvanger/decoder.

Insertion Loss:
De hoeveelheid energieverlies in een signaal, die optreedt wanneer een extra apparaat in een communicatieketen wordt opgenomen. Wordt ook wel aangeduid met de term 'feed through loss' ofwel doorvoerverlies.

Interlaced Scanning:
Een scantechniek die ervoor zorgt dat er een minimale hoeveelheid flikkering optreedt, zonder dat de bandbreedte hoeft te worden uitgebreid. Bij het weergeven van een TV beeld worden afwisselend eerst alle even beeldlijnen en daarna de oneven beeldlijnen ververst. Zo treed er geen verlies aan beeldkwaliteit op en wordt tegelijkertijd flikkering van het beeld vermeden.

Intermediate Frequency (IF):
De midden-gebied frequentie die gegenereerd wordt door downconversie in een willekeurig electronisch circuit. Dus ook in een satellietreceiver. Vrijwel alle signaalbewerkingen in een receiver, zoals versterking, bewerking en filteren, vinden plaats in het IF gebied,

Irdeto:
Een organisatie, opgericht door Ir. den Toonder (vandaar de naam), die zich bezig houdt met het ontwikkelen van systemen voor beveiligde datadistributie, zoals ppv(pay per view) en ippv(interactive of impulse pay per view).
De meest bekende providers die gebruik maken van Irdeto zijn: Premiere World, Canal +, Telepiu, Stream en Nova.

Isolator:
Een apparaat dat ervoor zorgt dat signalen in slechts 1 richting kunnen worden doorgegeven.

Isolation Loss:
De hoeveelheid signaalverlies tussen 2 poorten in een apparaat. Bijvoorbeeld in een doorvoercircuit voor antennesignalen in een receiver treed isolatie-verlies op als gevolg van het electronische circuit dat nodig is om het antennesignaal naar de receiver te leiden en tegelijkertijd het signaal door te voeren naar de antenne-uitvoer van de receiver.

Kaartengroep:
De kaartengroep is een andere benaming voor de providergroep.

Keycompatible Kaartengroepen:
Dit zijn kaartengroepen/ providergroepen die dezelfde keys gebruiken.

Kilohertz (kHz):
Duizend trillingen (of cycli) per seconde.

Ku-Band:
De microgolf-frequentieband die voor satelliet TV wordt gebruikt. De frequentie ligt tussen 11 en 13 GHz.

Landcode (COCO):
Een code , bestaande uit 3 letters die als funktie heeft de CAM/receiver te informeren welke zendergroep beschikbaar moet zijn.

Line Amplifier:
Een versterker in een doorvoerlijn om de signaalsterkte op te voeren.

Line Splitter:
Een actief of passief apparaat dat een signaal opsplitst in twee of meer identieke signalen. Ieder van de gesplitste signalen is gelijk aan het oorspronkelijke signaal. Een passieve splitter geeft het antenne-signaal door met dezelfde sterkte als waarmee het binnenkwam. Een actieve splitter versterkt het signaal.

Local Oscillator:
Een apparaat dat gebruikt wordt om een stabiele frequentie te genereren voor een upconverterof downconverter. Het signaal van de Local Oscillator wordt gecombineerd met de draaggolf om zo de frequentie te wijzigen.

Loggen:
Een proces waarbij de datastroom tussen kaart en CAM in beeld wordt gebracht.
Deze datastroom herbergt onder anderen de keys die gebruikt worden door de provider om de kaart te manipuleren.

Low Noise Amplifier (LNA):
Een apparaat dat signalen ontvangt en versterkt. Er zijn verschillende normeringen voor de specificaties. Zo wordt bijvoorbeeld de opbrengst van een C-band LNA in een temperatuurwaarde opgegeven (in graden Kelvin). De Ku-band LNA daarentegen, wordt in decibels gespecificeerd.

Low Noise Block (LNB/LNBF):
LNB staat voor L ow N oise B lock. Of om helemaal precies te zijn: Low Noise Block Downconverter. Een LNB konverteert de frekwentie van het ontvangen satellietsignaal naar een andere frekwentie. Om precies te zijn, een frekwentie die geschikt is voor transport via een coax kabel. Bij satellietontvangst wordt de Ku-band omgezet naar een veel lagere frekwentie. Met behulp van een LNB dus.
LNBF staat voor L ow N oise B lock F eedhorn. Dit is een LNB waarbij de feedhorn volledig geïntegreerd is. Een feedhorn bundelt de door de schotel opgevangen energie zodanig, dat die optimaal door de LNB verwerkt kan worden.

Low Noise Converter (LNC):
Een LNC is een combinatie van een LNAen een conventionele downconverterin één weerbestendige behuizing. Een LNC converteert slechts één kanaal. De kanaalkeuze wordt gedaan via de satellietontvanger. Een typische IFvoor LNC's is 70 MHz.

Luminance:
De luminance of luminiscentie is een maat voor de lichtwaarde of lichtopbrengst van een bepaalde kleur.

Masterkey & Plainmasterkey:
Dit is een gekodeerd respektievelijk ongekodeerd nummer met een lengte van 8 bytes.
Deze sleutel is nodig voor het verrichten van specifieke kaart funkties, zoals het "openen" van de kaart.
De masterkey kan ook worden berekend uit de som van de hexserial en de provider groep.
Ofwel: hexserial + provider groep = masterkey.
De masterkey wordt ook wel aangeduid met Key00
Wanneer de masterkey naar de kaart wordt geschreven, gebeurt dat ongekodeerd (de plainmasterkey).
De plainmasterkey is nodig voor de verwerking van key- en zender informatie.

MegaHertz (MHz):
Miljoen trillingen (of cycli) per seconde.

MMDS:

Modulator:
Een apparaat dat een signaal moduleert.

Modulation:
Een proces waarbij data wordt toegevoegd aan een draaggolf. Het is zelfs mogelijk om de data op de draaggolf te koderen. Bekende manieren om signalen te moduleren zijn o.a. frequentie-modulatie ( FM), en amplitude-modulatie ( AM).

MOSC:
Modified Original Smart Card. Hiermee worden de originele providerkaarten bedoeld.

MPEG:
MPEG staat voor Moving Pictures Expert Group.
Deze organisatie heeft de MPEG standaard ontwikkeld.
MPEG is er in een aantal varianten: MPEG-1, vooral gebruikt voor Video CD en MP3 MPEG-2, de standaard voor digitale TV, DVD en set-top boxes MPEG-4, de multimedia-standaard voor het web

Multicrypt:
Dit is de benaming voor de universele receivers ofwel CI receivers die onder druk van de markt zijn ontstaan. Multicrypt receivers zijn dus receivers die m.b.v. losse CAM's meerdere verschillende coderingen kunnen verwerken.

Multiple Analog Component (MAC) Transmissions:
Een transportmethode voor audio-, video- en data-signalen, waarbij de data-, chrominantie- en luminantie-componenten worden gescheiden en gecomprimeerd. Vervolgens worden de afzonderlijke componenten sequentieel verstuurd en wordt zodoende de beeldlijn opgebouwd. Er zijn diverse systemen ontwikkeld of nog in ontwikkeling die deze techniek gebruiken. Meest bekende is wel het D2-MAC systeem.

Multiple Unit Dwelling (MUD):
Een systeem waarbij TV signalen worden verstuurd via aardse microgolf signalen, en waarbij die signalen worden opgevangen door zeer kleine schotels.

Multiplexing:
Het simultaan versturen van 2 of meer signalen over een enkelvoudig communicatiekanaal.

Multiplexer:
Een multiplexer of MUX is een apparaat dat de uitgangssignalen van meerdere systemen en ze vervolgens samenvoegt (multiplext) tot één datastroom.

MUX Controller:
A computer that controls the functions of a specific multiplexer pair in a compression system

N-Connector:
A low-loss coaxial cable connector used at the elevated microwave frequencies.

NagraVision:
Een coderingssysteem dat vooral veel gebruikt wordt door Spaanse en Turkse providers.

Nano Codes:
Nanos zijn de kommando's, die naar de kaart worden gestuurd om die te modificeren.

NTSC:
The National Television Standards Committee which created the standard for North American TV broadcasts.

NTSC Color Bar Pattern:
The standard test pattern of six adjacent color bars including the three primary colors plus their three complementary shades.

Negative Picture Phase:
Positioning the composite video signal so that the maximum level of the sync pulses is at 100% amplitude. The brightest picture signals are in the opposite negative direction.

Negative Picture Transmission:
Transmission system used in North America and other countries in which a decrease in illumination of the original scene causes an increase in percentage of modulation of the picture carrier. When demodulated, signals with a higher modulation percentage have more positive voltages.

Noise:
An unwanted signal which interferes with reception of the desired information. Noise is often expressed in degrees Kelvin or in decibels.

Noise Figure:
The ratio of the actual noise power generated at the input of an amplifier to that which would be generated in an ideal resistor. The lower the noise figure, the better the performance.

Noise Temperature:
A measure of the amount of thermal noise present in a system or a device. The lower the noise temperature, the better the performance.

Odd Field:
The half frame of a television scan which is composed of the odd numbered lines.

Offset Feed:
A feed which is offset from the center of a reflector for use in satellite receiving systems. This configuration does not block the dish aperture.

Packet Identity (PID):
A 13-bit number that identifies transport stream packets containing data from a single data stream

Packetizer:
An entity that breaks a stream up into discrete units of data and, usually, encapsulates each packet with extra information used to allow the packets to be reliably re-assembled into the continuous data stream

Packetized Elementary Stream (PES):
An elementary stream that is divided into typically large packets of defined structure before being further packetized for the MPEG transport process

Phase Alternate Line (PAL):
The European/African color TV format which evolved from the American NTSC standard. PAL-I version used in South Africa.

Patchen:
Patchen betekent het modificeren van software of firmware om zodoende nieuwe mogelijkheden te kreëren. Als we spreken over het patchen van receivers (zoals bijv. de beroemde Allcam patch) dan bedoelen we dus in feite dat de originele receiver firmware wordt aangepast om zodoende dingen te kunnen doen die de fabrikant nooit heeft voorzien.

De Allcam patch bijvoorbeeld, is een aanpassing die het mogelijk maakt om meerdere verschillende coderingssystemen te dekoderen in 1 CAM. Een dergelijke Allcam patch is voor diverse receivers op het internet te vinden, maar is lang niet voor alle receivers beschikbaar.
Ook een aanpassing waardoor een nieuwe taalversie aan het operating system van de receiver wordt toegevoegd, noemen we een patch. Het is per slot van rekening een aanpassing van de firmware.

Pay Per View:
Met pay per view (ppv) wordt betaaltelevisie aangeduid. Films, sportwedstrijden etc. worden per stuk vrijgeschakeld wanneer je daarvoor betaalt.

Phase:
A measure of the relative position of a signal relative to a reference expressed in degrees.

Phase Distortion:
A distortion of the phase component of a signal. This occurs when the phase shift of an amplifier is not proportional to frequency over the design bandwidth.

Picture Detail:
The number of picture elements resolved on a television picture screen. More crisp pictures result as the number of picture elements is increased.

Polar Mount:
A dish mount that permits all satellites in the geosynchronous arc to be scanned with movement of only one axis.

Polarisation:
A characteristic of the electromagnetic wave. Four senses of polarisation, determined by the direction of the electric field, are used in satellite transmissions: horizontal; vertical; right-hand circular; and left-hand circular.

Positive Picture Phase:
Positioning of the composite video signal so that the maximum point of the sync pulses is at zero voltage. The brightest illumination is caused by the most positive voltages.

PPUA:
De PPUA ofwel Program Provider User Address is een 4 bytes lange code die in feite uit 2 delen bestaat en dient ter identifikatie van kaartgroepen en individuele kaarten. De eerste 3 bytes bevatten het Shared Address, de laatste byte bevat de Customer Word Pointer.

Preamplifier:
The first amplification stage. In a terrestrial receive system, it is the amplifier mounted adjacent to an antenna to increase a weak signal prior to its processing at the headend

Pre-emphasis:
Increases in the higher frequency components of an FM signal before transmission. Used in conjunction with the proper amount of de- emphasis at the receiver, it results in combating the higher noise detected in FM transmissions.

Pre-Enabling:
Making subscription products available on the decoding device before release into marketplace

Presentation Time Stamp (PTS):
A 33-bit field indicating when the packetised elementary stream (PES) packet should be presented to the user (90 kHz base reference)

Prime Focus Dish:
A parabolic dish having the feed/LNA assembly at the focal point directly in the front of the dish.

Provider ID & Provider groep:
Nog een 3 bytes lang hexadecimaal nummer aan de hand waarvan een kaart kan worden geïdentificeerd. De eerste 2 bytes dienen ter identifikatie van de provider groep. Een provider groep kan uit maximaal 256 unieke kaarten bestaan.
Er zijn 2 provider ID's: Provider ID 00 en Provider ID 10. Vrijwel alle providers worden via Provider ID 00 vrijgeschakeld. Uitzondering hierop is Premiere World, deze wordt via Provider ID 10 vrijgeschakeld.

Program Clock Reference (PCR):
A counter based on a 27 MHz time-base used to synchronize the presentation of data arriving in different data streams on the multiplex (asynchronouly). The PCR is split into two sections when supplied 33 bits giving 1/90 kHz resolution and a 9-bit extension to fine-tune to 27 MHz

Program Map Table (PMT):
A table that identifies the data streams that comprise a service and provides other data used for decoding these services

Program Specific Information (PSI):
Information provided in a format defined by MPEG to convey the essential data a decoder must have to receive one or more services make up of elementary streams. It consists primarily of the program association table (PAT), program map table (PMT) and conditional access table (CAT), although it also introduces the network informat

Programme Stream (PS):
An MPEG 2 multiplex with variable length packets that are typically large intended for low error rate transport media with only a single programme, for example CD-ROM ion table (NIT)

Quadrature Phase Shift Keying (QPSK):
A modulation technique used on satellite transmissions that uses phase shifts of a carrier wave to relay 4 symbols per cycle

Q Signal:
One of two color video signal components used to modulate the color subcarrier. It represents the color range from yellowish to green to magenta.

Radio Frequency (RF):
The approximately 10 kHz to 100 GHz electromagnetic band of frequencies used for man-made communication.

Raster:
The random pattern of illumination seen on a television screen when no video signal is present.

Reed Switch:
A mechanical switch which uses two thin slivers of metal in a glass tube to make and break electrical contact and thus to count pulses which are sent to the dish actuator controller. The position of the slivers of metal is governed by a magnetic field applied by a bar or other type of magnet.

Reference Signal:
A highly stable signal used as a standard against which other variable signals may be compared and adjusted.

Return Loss:
A ratio of the amount of reflected signal to the total available signal entering a device expressed in decibels.

Retrace:
The blanked-out line traced by the scanning beam of a picture tube as it travels from the end of any horizontal line to the beginning of either the next horizontal line or field.

SAS:
SAS staat voor subscriber authorization system.
Het SAS vertaalt (op verzoek van het SMS) de gegevens over de abonnee in een EMM.
Tevens zorgt het SAS ervoor dat de smartcard de benodigde autorisatie ontvangt voor het bekijken van een kanaal.

Satellite Receiver:
The indoors electronic component of an earth station which downconverts, processes and prepares satellite signals for viewing or listening.

SAW Filter:
A solid state filter that yields a sharp transition between regions of transmitted and attenuated frequencies.

Scanning:
The organized process of moving the electron beam in a television picture tube so an entire scene is drawn as a sequential series of horizontal lines connected by horizontal and vertical retraces.

Scrambling:
A method of altering the identity of a video or audio signal so it cannot be received intelligibly in order to prevent its reception by persons not having authorized decoders.

Screening:
A metal, concrete or natural material that screens out unwanted TI from entering a dish or a metal shield that prevents the ingress of unwanted RF signals in an electronic circuit.

SECA:
Société Européenne de Contrôle d'Accès (SECA), zie verder Aston Seca.

Section:
A portion of a table that conforms to the MPEG defined syntex

SMATV:

Serrated Vertical Pulse:
The television vertical sync pulse which is subdivided into six serrations. These sub-pulses occur at twice the horizontal scanning frequency.

Service:
Also called a channel (for instance Eurosport), to which a TV or decoder is tuned. A Service Provider offers one or more services and negotiates with the SMS Operator to market his services as one or more products

Service Provider:
The company or institution that provides one or more services like for instance broadcasting satellite television.

Servo Hunting:
An oscillatory searching of the feedhorn probe when use of inadequate gauge control cables results in insufficient voltage at the feedhorn.

Shared Address:
Het Shared Address (SA) bestaat uit de eerste 3 bytes van de PPUA en dient ter identifikatie van kaartgroepen (max. 256 kaarten).

Side Lobe:
A parameter used to describe the ability of a dish to detect off-axis signals. The larger the side lobes, the more noise and interference a dish can detect.

Single Channel Per Carrier (SCPC):
A satellite transmission system that employs a separate carrier for each channel, as opposed to frequency division multiplexing that combines many channels on a single carrier.

Signal Dropout:
The loss of signal that occurs when the signal becomes too weak to be usable

Signal-to-Noise Ratio:
S/N The ratio of signal power to noise power in a specified bandwidth, usually expressed in decibels

Signature:
De signature (de authentikatie code ) is een 5 hexadecimale bytes lang nummer, nodig voor het verrichten van specifieke beveiligingen.
Je kunt de signature beschouwen als een soort checksum ter controle van de datastroom.

Skew:
A term used to describe the adjustment necessary to fine tune the feed polarity detector when scanning between satellites.

Smartcard:
Een chipkaart die over zowel een processor als over geheugen beschikt en waarvan de inhoud gemodificeerd kan worden in een programmer of in de satellietreceiver.

SMS:
Een abonnee management systeem SMS (subscriber management system). Het SMS is een subsysteem van de CA dat alle informatie over de abonnee beheert (zoals nummers, namen, adressen, telefoonnummers, etc... ) en EMM's opvraagt uit het SAS.

SMS-Operator/Provider:
The SMS Operator manages customers who subscribe to one or more services. The Service Provider requests that the SMS Operator manages and gather subscription fees from his subscribers and also perform other tasks

Snow:
Video noise or sparklies caused by an insufficient signal- to-noise input ratio to a television set or monitor. r subscriber-related tasks

Solar Outage:
The loss of reception that occurs when the sun is positioned directly behind a target satellite. When this occurs, solar noise drowns out the satellite signal and reception is lost.

Sparklies:
Small black and/or white dashes in a television picture indicating an insufficient signal-to-noise ratio. Also known as snow.

Spherical Dish:
A dish system using a section of a spherical reflector to focus one or more satellite signals to one or a series of focal areas.

Splitter:
A device that takes a signal and splits it into two or more identical but lower power signals.

Subcarrier:
A signal that is transmitted within the bandwidth of a stronger signal. In satellite transmissions a 6.8 MHz audio subcarrier is often used to modulate the C-band carrier.

Surface Acoustic Wave (SAW):
A sound or acoustic wave traveling on the surface of the optically polished surface of a piezoelectric material. This wave travels at the speed of sound but can pass frequencies as high as several gigahertz.

Synchronizing Pulses:
Pulses imposed on the composite baseband video signal used to keep the television picture scanning in perfect step with the scanning at the television camera. See SAW Filter.

Table:
An MPEG structure that can be updated in sections and which can contain any of a variety of data

Thermal Noise:
Random, undesired electrical signals caused by molecular motion, known more familiarly as noise.

Time-Shifted Event:
The same program broadcast on two or more channels, each broadcast starting a fixed period of time after the previous one. This is mainly intended for PPV. For example, the same movie can be started on nine different channels, each delay 10 minutes from the previous one. A subscriber then has to wait a maximum of 10 minutes for the start of this movie. The fact that the same movie is transmitted more tha

Trace:
The movement of the electron beam from left to right on a television screen. n once is usually transparent to the subscriber.

Threshold:
A minimal signal to noise input required to allow a satellite receiver to deliver an acceptable picture.

Transponder:
One circuit on a satellite that receives, modulates, amplifiers and re-transmits an uplinked signal

Transport Stream:
An MPEG-2 multiplex with short, fixed-length packets carrying many programs intended for general broadcast over potentially error-prone media, such as a satellite broadcast.

Trap:
An electronic device that attenuates a selected band of frequencies in a signal. Also known as a notch filter.

UART:
Short for Universal Asynchronous Receiver-Transmitter. The UART is a computer component that handles asynchronous serial communication. Every computer contains a UART to manage the serial ports.

UHF:
Ultrahigh frequencies ranging from 300 to 3,000 MHz. North American TV channels 14 through 83. African and European TV channels 21 to 69.

Upconverter:
A device that increases the frequency of a transmitted signal.

Uplink:
The earth station electronics and antenna which transmit information to a communication satellite.

Vertical Blanking Pulse:
A pulse used during the vertical retrace period at the end of each scanning field to extinguish illumination from the electron beam.

Vertical Sync Pulse:
A series of pulses which occur during the vertical blanking interval to synchronize the scanning process at the television with that created at the studio. See also Serrated Vertical Pulse

VHF:
Very high frequencies. The lower frequency range for terrestrial television broadcasts.

Viaccess:
Een van de nieuwere kodeersystemen. Vooral veelgebruikt in Frankrijk.

Videoguard:
Coderingssysteem, wordt voornamelijk gebruikt door het Engelse Sky.